En nu weet ik het niet meer

“Ook in hoger beroep taakstraffen voor badmeesters om verdronken meisje” (citaat NOS woensdag 14 november 2018)

Allereerst betuig ik mijn deelneming aan alle betrokkenen bij deze trieste zaak.

En nu weet ik het niet meer

Gedurende mijn carrière aan de badrand was en ben ik vanuit meerdere invalshoeken betrokken bij de aansprakelijkheid. Hierbij nam het schoolzwemmen een bijzondere positie in. Ik trachtte wijs te worden uit de beschikbare informatie die veelal ontoereikend bleek. Middels vele studies vulde ik de hiaten aan en vormde een eigen interpretatie over het bedoelde. Het stukje hierna is dan ook mijn persoonlijke visie, dus niet die namens de Branche of andere betrokken partijen. Ik hoop dat een ieder zijn of haar kennis wil delen door aanvullingen te presenteren. Opdat er een juridisch goed onderbouwd stuk uit mag voorkomen.

De leerplichtwet stelt onderwijs verplicht. Ik mag dus niet mijn kind thuishouden. Ik interpreteer dit als volgt; tijdens de schooluren ben ik uit de ouderlijke macht ontzet. De aansprakelijkheid is dan via de wet verschoven naar de school.

De school is dan volledig aansprakelijk voor mijn kind. Dus ook tijdens het schoolzwemmen dat onderdeel is van de verplichte lichamelijke opvoeding. Ik heb als ouder mijn kind, door de wet gedwongen, overgedragen aan de betreffende school, niet aan de gedelegeerden die namens die school handelen.

Deze stelling vormde mijn basis, zowel als ouder van mijn schoolgaande kinderen en als professional langs de badrand.

Nu weet ik als professional dat in de ZwembadBranche meestal geen bevoegde mensen rondlopen. Alle goede bedoelingen van opleidingen en Branchecertificeringen ten spijt. Ik versta onder bevoegd, een persoon die beschikt over een 2e of 1e graad lesbevoegdheid welke onder controle staat van het Ministerie van Onderwijs. De tijd dat een vakleerkracht van de “Sportacademie” les gaf ligt al lang achter ons. Maar ook de PABO-docenten hebben vele opleidingsjaren geen vak “lichamelijke opvoeding” genoten. Dus werd stilzwijgend het schoolzwemmen gedelegeerd naar de zweminstructeurs. Let op de typografie, ik zet bewust niet zwemonderwijzers.

In mijn praktijk aan de badrand was dit uitgangspunt ook duidelijk herkenbaar. De instructeurs gaven les, de basisschooldocent hield toezicht. Ergo, die docent had de taak en bevoegdheid in te grijpen bij onvolkomenheden. Maar daar was dan wel kennis en inzicht voor nodig die niet altijd werd beheerst. Ter verheldering een citaat van cabaretier Fons Jansen over schoolgymnastiek aanhalend; “bij 1 springen we omhoog, en bij 2 langzaam omlaag.”

Het omkleden vormde een secundair aandachtspunt. Een basisschooldocente die ter controle de jongenskleedruimte in loopt is soms een discutabel punt, een basisschooldocent die de meisjeskleedkamer in loopt gaf gegarandeerd fronsende wenkbrauwen.

Die kleedkamers kunnen soms op slot. Maar dat mag niet volgens het brandweervoorschrift. Vluchtroutes moeten bruikbaar blijven.

De douchecompartimenten zijn veelal voorzien van een open doorloop naar de zwemzaal zonder obstakels. Ook hier vormt de vluchtroute weer een element.

Ik kan de beschrijving van deze casus nog veel verder uitbreiden. Door de minimaal 4 partijen te benoemen die juridisch betrokken zijn. Maar voorlopig laat ik het hierbij.

Wel vormt het punt toezicht versus onderwijs bij mij vertroebeling. Een zweminstructeur zou tijdens het schoolzwemmen verantwoordelijk zijn voor de veiligheid tijdens de les? En een toezichthouder tijdens het verblijf op de zwemzaal buiten de les? Dat snap ik niet. Volgens mij heb ik mijn ouderlijke macht, door de wet gedwongen, overgedragen aan de school.

Ik interpreteer de uitspraak van de Hoge Raad als volgt:

Als ouder ben ik niet alleen uit de ouderlijke macht ontzet maar heb ook geen directe zeggenschap over delegeren door de aansprakelijke school. Die zeggenschap heb ik alleen indirect via de ouderraad die het collectieve belang vertegenwoordigd. Mijn persoonlijke inbreng is hierdoor beperkt.

Dus houd ik de school verantwoordelijk voor mijn kind tijdens de onderwijsuren. Maar deze uitspraak van de Hoge Raad spreekt dit tegen.

Nu blijkt dat ook een derde partij aansprakelijk kan zijn. In deze casus een houder van een zwembad. Maar ik heb als ouder geen zeggenschap als ouder in die bedrijfsorganisatie. Dus hoe moet ik nu mijn kind beschermen?

Of interpreteer ik de casus verkeerd?

Ted Verbeek, ZwemConsult.

En nu weet ik het niet meer
5 (100%) 1 vote

About tedverbeek

Ik ben de webmaster

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.