zweminstructeur

En nu weet ik het niet meer

“Ook in hoger beroep taakstraffen voor badmeesters om verdronken meisje” (citaat NOS woensdag 14 november 2018)

Allereerst betuig ik mijn deelneming aan alle betrokkenen bij deze trieste zaak.

En nu weet ik het niet meer

Gedurende mijn carrière aan de badrand was en ben ik vanuit meerdere invalshoeken betrokken bij de aansprakelijkheid. Hierbij nam het schoolzwemmen een bijzondere positie in. Ik trachtte wijs te worden uit de beschikbare informatie die veelal ontoereikend bleek. Middels vele studies vulde ik de hiaten aan en vormde een eigen interpretatie over het bedoelde. Het stukje hierna is dan ook mijn persoonlijke visie, dus niet die namens de Branche of andere betrokken partijen. Ik hoop dat een ieder zijn of haar kennis wil delen door aanvullingen te presenteren. Opdat er een juridisch goed onderbouwd stuk uit mag voorkomen.

De leerplichtwet stelt onderwijs verplicht. Ik mag dus niet mijn kind thuishouden. Ik interpreteer dit als volgt; tijdens de schooluren ben ik uit de ouderlijke macht ontzet. De aansprakelijkheid is dan via de wet verschoven naar de school.

De school is dan volledig aansprakelijk voor mijn kind. Dus ook tijdens het schoolzwemmen dat onderdeel is van de verplichte lichamelijke opvoeding. Ik heb als ouder mijn kind, door de wet gedwongen, overgedragen aan de betreffende school, niet aan de gedelegeerden die namens die school handelen.

Deze stelling vormde mijn basis, zowel als ouder van mijn schoolgaande kinderen en als professional langs de badrand.

Nu weet ik als professional dat in de ZwembadBranche meestal geen bevoegde mensen rondlopen. Alle goede bedoelingen van opleidingen en Branchecertificeringen ten spijt. Ik versta onder bevoegd, een persoon die beschikt over een 2e of 1e graad lesbevoegdheid welke onder controle staat van het Ministerie van Onderwijs. De tijd dat een vakleerkracht van de “Sportacademie” les gaf ligt al lang achter ons. Maar ook de PABO-docenten hebben vele opleidingsjaren geen vak “lichamelijke opvoeding” genoten. Dus werd stilzwijgend het schoolzwemmen gedelegeerd naar de zweminstructeurs. Let op de typografie, ik zet bewust niet zwemonderwijzers.

In mijn praktijk aan de badrand was dit uitgangspunt ook duidelijk herkenbaar. De instructeurs gaven les, de basisschooldocent hield toezicht. Ergo, die docent had de taak en bevoegdheid in te grijpen bij onvolkomenheden. Maar daar was dan wel kennis en inzicht voor nodig die niet altijd werd beheerst. Ter verheldering een citaat van cabaretier Fons Jansen over schoolgymnastiek aanhalend; “bij 1 springen we omhoog, en bij 2 langzaam omlaag.”

Het omkleden vormde een secundair aandachtspunt. Een basisschooldocente die ter controle de jongenskleedruimte in loopt is soms een discutabel punt, een basisschooldocent die de meisjeskleedkamer in loopt gaf gegarandeerd fronsende wenkbrauwen.

Die kleedkamers kunnen soms op slot. Maar dat mag niet volgens het brandweervoorschrift. Vluchtroutes moeten bruikbaar blijven.

De douchecompartimenten zijn veelal voorzien van een open doorloop naar de zwemzaal zonder obstakels. Ook hier vormt de vluchtroute weer een element.

Ik kan de beschrijving van deze casus nog veel verder uitbreiden. Door de minimaal 4 partijen te benoemen die juridisch betrokken zijn. Maar voorlopig laat ik het hierbij.

Wel vormt het punt toezicht versus onderwijs bij mij vertroebeling. Een zweminstructeur zou tijdens het schoolzwemmen verantwoordelijk zijn voor de veiligheid tijdens de les? En een toezichthouder tijdens het verblijf op de zwemzaal buiten de les? Dat snap ik niet. Volgens mij heb ik mijn ouderlijke macht, door de wet gedwongen, overgedragen aan de school.

Ik interpreteer de uitspraak van de Hoge Raad als volgt:

Als ouder ben ik niet alleen uit de ouderlijke macht ontzet maar heb ook geen directe zeggenschap over delegeren door de aansprakelijke school. Die zeggenschap heb ik alleen indirect via de ouderraad die het collectieve belang vertegenwoordigd. Mijn persoonlijke inbreng is hierdoor beperkt.

Dus houd ik de school verantwoordelijk voor mijn kind tijdens de onderwijsuren. Maar deze uitspraak van de Hoge Raad spreekt dit tegen.

Nu blijkt dat ook een derde partij aansprakelijk kan zijn. In deze casus een houder van een zwembad. Maar ik heb als ouder geen zeggenschap als ouder in die bedrijfsorganisatie. Dus hoe moet ik nu mijn kind beschermen?

Of interpreteer ik de casus verkeerd?

Ted Verbeek, ZwemConsult.

Verdrinking, hoe voorkom je het?

Een zwemdiploma is geen garantiebewijs

Helaas was het afgelopen weekend weer zover, een driejarige peuter aldus de mediaberichten. Dit jaar zijn al vele verdrinkingen gemeld. Evenals de vele jaren daarvoor. Onnodig wat mij betreft. Naar mijn beleving is het echt tijd voor een cultuuromslag.

Toen ik 9 maanden oud was gingen mijn ouders, door de woningnood gedwongen, op het water wonen. Eerst op een Tjalk, later op een woonark. Nu waren ze daarvoor al watersporters. Het was toen gebruikelijk bij een watersportvereniging om op elkaars kinderen te letten indien ze op de wal speelden. Op de steigers mocht je alleen komen indien een reddingsvest werd gedragen. Dit fenomeen is nog steeds gebruikelijk. En zelfs opgenomen in de wetgeving. Ieder schip dient reddingsvesten aan boord te hebben voor alle opvarenden. Lees verder

Les 1 – Zwemmend Redden voor Zwembaden

Les 1 – Zwemmend Redden voor Zwembaden

De Reddingsbrigade bestaat 100 jaar. En dat mag gevierd worden.

De vrijwilligers van deze Bond zetten zich overal in om de veiligheid in en om het water te borgen. Ook in de zwembaden. Alleen gaat het daar wel eens een “beetje mis”. Want een zwembad kent specifieke eigenschappen. Daarom is er een speciale opleiding ontwikkeld voor beroepskrachten in de ZwembadBranche. Deze opleiding, Zwemmend Redden voor Zwembaden (ZRZ) genoemd, is verplicht voor alle toezichthouders in openbare zwembaden.


Deze keuze is bewust gemaakt om misverstanden te voorkomen. In het verleden waren vele opleidingen en diploma’s toegestaan om beroepshalve in een zwembad te mogen werken. Instructeurs en trainers met een goede opleiding van zwembonden zoals de KNZB, NOB, NCS, NTB, KNBRD en Gehandicaptensportbond waren zeer bekwaam. Evenals de studenten van ROC’s, CIOS en Sportacademie. Maar de behaalde en verstrekte diploma’s van deze studenten waren inhoudelijk niet gelijk. Ergo, de verschillen waren zelfs enorm groot. Daarom besloot de ZwembadBranche één uniform diploma voor allen in te voeren. En dat is ZRZ.

Het verschil zit voornamelijk in de gesteldheid van het water. De Reddingsbrigade is getraind in het toezicht houden op en Zwemmend Redden in troebel water. In een zwembad zit echter helder water met zicht tot op de bodem. Andere omstandigheden vergen aangepaste handelswijzen.

Een aantal verschillen zijn bijvoorbeeld:

  • Bij troebel water ga je altijd voorzichtig te water. In een zwembad maak je een kopsprong mits de waterdiepte voldoende is voor jouw vaardigheid.
  • In buitenwater kan de drenkeling volledig gekleed zijn. In een zwembad is het verplicht in badkleding te zwemmen.
  • In buitenwater kan de afstand tussen de drenkeling en de oever groot zijn. In een zwembad bedraagt de afstand tussen de drenkeling en de badrand maximaal 25 meter maar meestal minder gezien de bassinafmetingen in Nederland.
Reddingsbrigadeleden zijn getraind om zelfstandig en zo nodig alleen te handelen indien de omstandigheden dat vereisen. Denk aan een calamiteit waarbij iemand in het water valt terwijl een lid van de Reddingsbrigade toevallig in de buurt is. Die persoon zal dan, desnoods alleen, doen wat mogelijk is.
Een badmeester is echter gebonden aan regels. In ieder geval beschikt een zwembad over een toezichtplan en calamiteitenplan. Daarin staat exact beschreven hoe de toezichthouder moet handelen. In teamverband wel te verstaan. Dus eerst het team waarschuwen en pas dan handelen.

Buiten het zwembad zijn niet altijd de juiste reddingsmiddelen voorhanden. Het is dan improviseren met dat wat beschikbaar is.
In een zwembad zijn alle vereiste middelen aanwezig die dan ook moeten worden gebruikt.

Het ZRZ is ontwikkeld in nauwe samenwerking tussen Reddingsbrigade Nederland en het Nationaal Platform Zwembaden | NRZ. Het voorbeelddiploma hieronder is de enige echte:


Over deze onderwerpen gaan de lessen Zwemmend Redden voor Zwembaden. Ik publiceer ook over de andere vakspecialismen. Dus het verschijnen van les 2 kan nog even duren.


Beroepsexamen ZwembadBranche doen. Hoe en waarom.

Examen doen in een beroepsopleiding van de ZwembadBranche is moeilijk? Nee hoor.
Je dient natuurlijk wel de lesstof te beheersen. En het vak in de praktijk te kunnen uitoefenen. Maar een cursist met de juiste opleiding bij een erkend instituut is daar goed op voorbereid.


Het verschil tussen een cursus en een opleiding is aanzienlijk.

Een cursus duurt meestal kort en wordt afgerond met een certificaat. Dit certificaat is een bewijs van deelname, meer niet. Soms volgt een korte test op het begrijpen van de lesstof via een mondelinge of schriftelijke toets. Het is dan de organisator of de docent van de cursus die bepaalt of je een certificaat krijgt uitgereikt of niet. Een certificaat wordt niet officieel gecontroleerd door een externe partij. En wordt dus niet vanzelfsprekend aanvaard door andere opleiders. Indien een certificaat voldoende bekendheid geniet binnen de ZwembadBranche vormt het soms wel een aanbeveling bij de werkgevers.

Een echte opleiding duurt meestal langer dan een cursus. Een echte opleiding wordt afgerond met een diploma. Het verstrekken van een diploma is aan strikte regels gebonden. Hierna staan enkele voorwaarden:

Deze lijst is nog veel langer en vormt slechts een globale opsomming. Een examen zwemonderwijzer onder auspiciën van de NPZ|NRZ verzorgt door bv. ZwemConsult is als volgt georganiseerd:

Tijdens de opleiding dien je een aantal theoretische vragen te beantwoorden. Deze antwoorden worden beoordeeld met een cijfer door de docent. De beoordeling gebeurt aan de hand van vastgestelde antwoorden die zijn opgetekend in een docentenboek. Er kan dus geen sprake zijn van subjectiviteit bij het beoordelen. De cijfers samen vormen een gemiddeld theoretisch eindcijfer dat mee telt voor je eindexamen.

Tijdens je opleiding dien je stage te lopen. De cursist wordt in het zwembad begeleid door een mentor. De docent van het opleidingsinstituut heeft regelmatig overleg met die mentor. Daarnaast komt de docent of een collega jouw praktijklessen beoordelen. Die beoordelingen zullen plaatsvinden ongeveer halverwege je stage en tegen het einde. Je behaalde cijfers vormen samen een gemiddeld praktijk eindcijfer dat mee telt voor je eindexamen.

De schriftelijke werk met cijfers, je lesvoorbereidingen plus beoordelingen en de behaalde resultaten vormen samen je portfolio.

Indien je gemiddelde eindcijfers voor theorie en praktijk voldoende zijn mag je op voor het afrondende mondelinge eindexamen. Hierbij gaan 4 cursisten met 2 examinatoren in gesprek gedurende 1 uur. In dit gesprek komen alle behandelde onderwerpen en opgedane ervaringen aan bod. Iedere kandidaat krijgt voor dit eindgesprek een individueel eindcijfer.

Hoera, ik ben geslaagd. Dus dan krijg ik mijn diploma?
Nee. Je dient voor de opleiding zwemonderwijzer in dit voorbeeld ook te beschikken over een geldig diploma C van het Zwem-ABC, een geldig diploma EHBO en een geldig diploma Zwemmend Redden voor Zwembaden. Pas indien je over deze diploma’s beschikt krijg je het diploma zwemonderwijzer.

Hieruit blijkt dus het verschil tussen een certificaat en diploma. Dus overweeg goed aan welke opleiding je begint en controleer vooraf de wijze van afronding.

Ouders op de (zwem-) zaal, wat een kabaal

Ouders zijn lastige wezens.
Zij voelen zich betrokken bij de ontwikkelingen van hun kind. Willen zich overal mee bemoeien. Trekken de kennis en vaardigheid van de docent in twijfel. Vinden meestal dat hun kind best wel naar het diepe kan. En natuurlijk kan hun kind al diploma zwemmen!
Om dit gezeur te voorkomen verbannen wij die ouders liefst zo snel mogelijk naar verre oorden wat in de praktijk neerkomt op de horecaruimte van de accommodatie. Een gedwongen scheiding van tafel en kind zogezegd.


Helaas bestaan ook lastige wetten en regels. Ouders hebben zeggenschap over hun kind. Je mag het kind van een ander niet aanraken. En je dient als docent pedagogisch en didactisch correct te handelen.

In de ZwembadBranche ontnemen we de ouders het liefst die zeggenschap. De docenten weten het immers beter en dienen de macht te hebben. Inmenging van het ouderlijk gezag werkt alleen maar verstorend op de ontwikkeling van het kind.

Je kunt een kind maar het beste laten voelen hoe het moet dus pakt de docent het kind vast. Bij de voeten, handen, billen, etc.. En af en toe onder water duwen helpt ook prima bij het watervrij maken. Hoe moet het anders?
De docent doet dat op correctie wijze en met eerzame bedoelingen. Want voor je het weet (…). De juiste handelswijze is ook preventief beschreven en vastgelegd in de gedragscode Bond en Blauw.
Maar helaas hebben de ouders wel het recht om te controleren op dat juiste handelen. Daarom plaatsen de zwembadexploitanten camera’s in de zwemzaal en monitors in de wachtruimte van het zwemziekenhuis.

Dat zelfde recht op informatie komt tot uiting in de eerste en laatste 5 minuten van de zwemles. De docent wordt dan bestookt met vragen op de zwemzaal waardoor de effectieve lestijd steevast onder druk komt te staan.
Om hier paal en perk te stellen bieden de exploitanten een uitweg door het aanbieden van een maandelijks inloopspreekuur. Dat noemen zij dan meestal een “kijkles”. Omdat er tijdens zo’n les nauwelijks ordentelijk onderwijs kan worden gegeven ontaard een dergelijke bijeenkomst veelal in een tumultueuze “vraagles”.

Zou het ook anders kunnen?

Er is veel lef nodig om een gevestigde orde ter discussie te stellen. En het krijgt zelfs iets van een zelfmoordpoging als je het ook daadwerkelijk tracht te praktiseren.

Ik mocht dit zelf ervaren toen ik jaren geleden e-zwemles ontwikkelde en in de markt zette. Lesgeven per computer op afstand waarbij geen direct contact bestaat tussen de docent en ouder met kind was zogezegd onmogelijk aldus veel vernomen kritiek. Er was ook veel andere kritiek. Maar als ik die hier publiceer krijg ik waarschijnlijk last met de wetgeving op correct taalgebruik.
In de praktijk werkt het echter uitstekend. Veel ouders maken gebruik van mijn gratis digitale lespakket. De lessen zijn toegankelijk via alle schermformaten, m.a.w. op iedere plaats en tijd. Dient gezegd dat het vaak gezinnen betreffen die enige tijd in het buitenland verblijven welke hun kind graag een Nederlandse zwemlesmethode bij brengen opdat het bij terugkomst niet uit de pas loopt, c.q. zwemt.

Een tweede experiment drukte ik enige jaren terug door bij mijn Zwemschool de Zeehond waar ik beschikte over een zwembassin van 140 centimeter diep.
De veiligheid dient centraal te staan. Maar ik wilde hiervoor absoluut niet gebruik maken van drijfmiddelen! Dus zette ik voor ieder kind een individuele hulpinstructeur in de bak. Om dit een beetje betaalbaar te houden waren die hulpinstructeurs vrijwilligers die ik zelf aanwees.
Bij het aanmelden werd dit aspect duidelijk aangegeven in de zwemlesovereenkomst. Ieder ouder diende een volwassen begeleider beschikbaar te stellen die de eerste 20 lessen mee het water inging als hulpinstructeur. De daarop volgende lessen diende die begeleider op de banken in de zwemzaal langs de badrand plaats te nemen en beschikbaar te zijn voor het verlenen van assistentie. De gedragsregels waren simpel. Tijdens de lessen dient de ouder exact de instructies van de docent op te volgen. Op de zwemzaal is praten verboden, fluisteren mag zolang de les daar niet onder lijdt.

Dit experiment werd een doorslaand succes. Binnen een half jaar bestreek ik een straal van 50 kilometer met mijn lesmethode. Ouders zijn dus best bereid te reizen voor maatwerk onderwijs.

Leuke bijkomstigheid was dat mijn vele stagiairs van de Beroepsopleiding Zwemonderwijs ook confronterende ervaringen konden opdoen. Dit was even iets anders dan de standaard stage. Bijna al mijn afgestudeerde oud stagiairs hebben nu een goede baan en staan nog steeds open voor dit inzicht en de praktische toepasbaarheid. Helaas zie ik nog niet veel zwemlesaanbieders die van van deze methode gebruik maken.

Nu, op weg naar de BREZ-2018, hoop ik ook op dit punt herzien inzicht te mogen aantreffen bij de opleidingsinstituten. Mis deze kans niet is mijn credo.

Vragen en suggesties zijn welkom.

ZwembadBranche versus Wetgeving een dilemma?

De ZwembadBranche dient zich te conformeren aan de Wetgeving. In alle opzichten. Dat is helaas nog niet simpel.
Kenmerkend voor de ZwembadBranche is het samenspel tussen vele disciplines. Juist in deze sector komen veel juridische elementen samen. Waardoor soms overlapping en tegenstrijdigheid ontstaat.


Ik tracht het bedoelde met enkele praktijkvoorbeelden te verhelderen:

In zwembaden zijn brandhaspels geplaatst. Deze blusmiddelen dienen te voldoen aan de geldende wetgeving. Oeps! Probleempje.

Brandhaspels
Volgens de wettelijke regelgeving voor en van de brandweer, ook wel brandweerbesluit genoemd, dient een slang op die haspel volledig gevuld te zijn met water. De reden hiervan is begrijpelijk. Een lege slang kan tijdens het oprollen plat worden gedrukt en/of “knikken”. Hierdoor is het blusmiddel onbruikbaar. Na het opendraaien van de kraan komt er onvoldoende water(druk) of zelfs geheel niets uit de spuitmond. Bij inspectie zal een haspel met lege slang dus worden afgekeurd en wellicht besanctioneerd.

Volgens de legionellawetgeving mogen geen “loze” leidingen met stilstaand water in de installatie aanwezig zijn. Dit vormt een zeer grote bron van bacterieontwikkeling. Vooral indien de omgevingstemperatuur ligt tussen de 20 en 60 graden. Bijna alle brandhaspels in een zwembad bevinden zich binnen deze temperatuurzone.
Op basis van de legionellawet dient de slang op een haspel dus leeg te zijn. Anders vormt de slang immers een “loze” leiding met stilstaand water. Bij controle zal een haspel met een volle slang dus worden afgekeurd en wellicht besanctioneerd.

En nu? Wat we ook doen, het is altijd in strijd met de wetgeving. Toch?


Drenkeling
Je hoopt dat het nooit gaat gebeuren. Maar als het je dan toch overkomt handel je zoals aangeleerd. En natuurlijk conform de geldende wet- en regelgeving.
Om het niet al te ingewikkeld te maken splits ik alvast enkele onderdelen:

  • Drenkeling vervoeren naar de kant = Zwemmend Redden voor Zwembaden (ZRZ)
  • Drenkeling op de kant brengen = Bedrijfshulpverlening (BHV)
  • Drenkeling stabiliseren = Medisch handelen (EHBO/MFA/etc..)
Hoe breng je op verantwoorde wijze een drenkeling op de kant?
De antwoord staat beschreven in de wettelijk verplichte Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E). Volgens het Arbobesluit artikel 5.2 en de toegepaste NIOSH-methode van het SCW mag het, te tillen, gewicht maximaal 23 kilo bedragen onder de meest ideale omstandigheden. Dus met een gestrekte rug vanuit de bovenbenen tillen. Dat lukt dus niet vanaf de badrand bij een drenkeling in het water. In die situatie bedraagt het maximale gewicht 15 kilo. Op peuters na wegen drenkelingen meer! Dus is met de hand eruit tillen niet toegestaan.
Ik verwijs nu bewust naar de zogeheten “handreiking-methode” zoals aangeleerd in de beroepsopleidingen. Die is dus volgens de Arbowet aan strikte regelgeving gebonden.
Een drenkeling, zwaarder dan 15 kilo, of bij de handreiking met 2 redders tegelijk toegepast 30 kilo, dient dus met hulpmiddelen op de kant te worden geholpen. Zoals bv. een Tillift, Beweegbare bodem of Glijbaan methode.

Zie hier slechts 2 voorbeelden. Menig zwembadmanager kan de lijst met vele tegenstellingen completeren.

Een duivels dilemma voor de eindverantwoordelijke eigenaar en exploitant van de zwemaccommodatie.

Vervoersgrepen te water bij drenkeling

Welke vervoergreep pas je toe bij een drenkeling?
Ik geef al decennia les in Zwemmend Redden. In zwembaden en voorheen bij de strandwacht als instructeur.
Daarbij leer je bevrijdingsgrepen en vervoersgrepen.


Een bevrijdingsgreep pas je toe als je iets fout hebt gedaan. Je dient er immers voor te zorgen dat de drenkeling je niet vast pakt. Maar daar gaat mijn vraag nu niet over.

Een vervoersgreep gebruik je om een drenkeling naar de kant te brengen indien het niet lukt met hulpmiddelen. Daartoe zijn een aantal grepen beschikbaar, ik noem de voornaamste:

  • kopgreep
  • okselgreep
  • polsgreep
  • schoudergreep
  • zeemansgreep (ook wel houdgreep genoemd)
Het beheersen van deze grepen is verplicht voor het beroepsdiploma Zwemmend Redden voor Zwembaden (ZRZ).

Lastig te onthouden, je doet het immers niet iedere dag. En de doelen zijn ook niet even helder. Mijn uitleg is ongeveer het volgende:
  • De kopgreep is voor bewusteloze drenkelingen. Zo blijven de ademhalingswegen vrij van water.
  • De okselgreep is voor een drenkeling bij bewustzijn, bv. iemand met kramp.
  • De polsgreep is voor een tegenspartelende drenkeling, bijvoorbeeld iemand met een epileptische aanval.
  • De schoudergreep is mij onduidelijk. De zwaardere variant, de oksel-nekgreep is afgeschaft omdat een drenkeling die niet gered wil worden het zelf lekker mag uitzoeken. Dus die schoudergreep? Mij een raadsel.
  • De zeemansgreep geeft de kans om een arm te benutten bij de stuwbeweging. Handig voor grote afstanden. Maar hoe lang is een zwembad in Nederland?
Kijk nu even naar het filmpje op YouTube:

Volgens mij lijkt deze greep alle hiervoor benoemde doelstellingen te omvatten. De ademhaling is vrij. De armen zijn redelijk omkneld.
En bovenal, er is oogcontact mogelijk. Eventueel rug- en nekletsel worden gestabiliseerd. De greep is toepasbaar bij een drenkeling aan de oppervlakte (zoals op het filmpje) maar ook bij een drenkeling op de bodem.

Dus waarom moeilijk doen als het ook simpel kan. 1 greep volstaat! Toch?

Ik ben zweminstructeur en weet dus alles!

Ik ben zweminstructeur en weet dus alles!
Was het maar waar. Hoe langer ik in het vak zit, hoe gekker en ingewikkelder het wordt. Voor mij in ieder geval. Een voorbeeld: welke zwemslag dient nu centraal te staan in de opleiding? Weet jij het? Ik niet!
De omstandigheden waarin gezwommen wordt verschillen sterk. Ik denk dan aan een vierkant zwembad met helder water zonder golfslag, een golfslagbad, een wildwaterrivier, een baggersloot, een groot meer met troebel en soms diep koud water, de rivieren, de zee, de branding langs de kust, etc..

In Nederland en in de opleidingenstructuur hoor ik toch heel vaak dat de schoolslag de belangrijkste is. Bij doorvragen waarom volgt meestal de argumentatie; je kunt het lang volhouden en er dus grote afstanden mee afleggen; je hoofd bevind zich boven water zodat oriënteren goed lukt.

Leuk. Maar nu mijn visie in vragende vorm:

  • Waarom zwemmen de lange baanzwemmers borstcrawl en geen schoolslag?
  • Op de rug kun je toch heerlijk rustig drijven zonder moet te worden?
  • Wel eens geprobeerd om in een golfslagbad of door de branding langs de kust te zwemmen met een reguliere zwemslag?
En dan lestechnisch benaderd:

  • De schoolslag is lastig aan te leren, min of meer tegennatuurlijk?
  • De borstcrawl kun je opbouwen vanuit de natuurlijke “hondjes” beweging?
  • Op de rug (enkelvoudige rugslag) kun je ademhalen wanneer je maar wilt, dus voor de hand liggend?
  • De rugcrawl benut ook de armstuwing ten opzichte van de enkelvoudige rugslag, dus logisch?
  • De samengestelde rugslag geeft meer rendement dan de enkelvoudige, die armen hebben we toch niet voor niets?
Praktisch benaderd:
  • In de branding zwem je tijdens het evenwijdig zwemmen met de vloedlijn bij voorkeur een zijslag zoals bv. de zeemanslag, zijslag of Northern Kick. Indien je daarbij het gezicht richt op de kust en duinenrij is oriëntatie simpel en spoelen de golven vanaf achter over je hoofd.
  • Door de branding zwemmen doe je het beste met de vlinderslag. Het rite van de dubbele arminsteek synchroniseer je met de golfslaglengte.
De logica kun je dus op meerdere wijzen benaderen en onderbouwen. Toch?


Beroepsopleidingen Zweminstructeur

Ik moet deze Blog nog een beetje gaan aanvoelen betreffende het gebruik. Daarom hierbij wat informatie over de beroepsopleidingen Zweminstructeur.
ZwemConsult ontwikkelt en verzorgt beroepsopleidingen voor de zwembadBranche.
Het ontwikkelen doen wij zelf op basis van onze zeer ruime praktijkervaring in de zwemwereld en aanverwante sectoren. Het verzorgen doen wij meestal in nauwe samenwerking met de diverse brancheorganisaties.
U heeft ervaring opgedaan in de zwemwereld. Via een zwemvereniging of anderszins.
U heeft ervaring opgedaan als docent in een sportrichting anders dan zwemonderwijs.
U kunt goed leren, uw vooropleiding was op minimaal HAVO of MBO-4 niveau.
ZwemConsult kan hierop anticiperen. Met behulp van een speciaal scholingstraject. Een Turbo-opleiding zogezegd. Want ZwemConsult zet alleen bevoegde 2e of 1e graad leraren in! Met ruime praktijkervaring!
In deze opleidingsvariant is het aantal bijeenkomsten in het leslokaal tot een minimum gereduceerd. Dat bespaart u veel tijd. Maar overweeg goed of u dan wel de benoidigde disciplines leert. Via de mail, onze website en telefoon krijgt u intensieve ondersteuning. Maar vooral ook op uw stageplaats. Die wij voor u verzorgen. In geheel Nederland!